do-in

Een Japans systeem van oefeningen, strekkingen en ademhalingstechnieken

Tag: oefeningen

introductie video do-in yoga

Wil je weten wat je kunt verwachten van de do-in yoga video’s? Bekijk dan de introductie video do-in yoga. Deze introductievideo duurt één minuut en geeft je een beeld van de do-in oefeningen zoals die terugkomen in de aangeboden video’s.

Do-in yoga is een bewegingsvorm uit Japan. Met do-in strek je de meridianen. Ook wel energiebanen genoemd. Deze meridiaan oefeningen verbeteren je houding en verhogen je weerstand. Stijfheid vermindert en je krijgt weer energie. Je wordt weer lenig van do-in yoga.

Do-In oefeningen bestaan al eeuwenlang. De oefeningen zijn overgeleverd uit het boeddhisme, het shintoïsme en het taoïsme. Do-In betekent letterlijk de weg naar binnen. Do betekent weg. In is yin dat innerlijk of stilte betekent.

Tips. Voor als je begint met de oefeningen.

Enkele tips. Bij do-in geldt: kies oefeningen uit die je prettig vindt. Wees geduldig en lief voor jezelf. Raak niet gefrustreerd als een oefening niet lukt. Neem de tijd om de oefeningen eigen te maken. Begin met de do-in oefeningen die je zelf het meest eenvoudig vindt. Doe niks met tegenzin. Dan wordt het oefenen ook steeds leuker en ga je vanzelf meer behoefte krijgen aan andere oefeningen en kies je voor meer variatie.

Probeer wel regelmatig te oefenen. Alleen dan merk je verandering en verbetering in je lichaam. Oefen liever twintig minuten meerdere keren per week dan een keer per week anderhalf uur.

Heb je chronische klachten, wees dan extra voorzichtig. Heb je last van duizeligheid, sla dan oefeningen over waarbij je voorover hangt.

De vuistregel is: adem bij de beginpositie in door je buik, adem bij de strekking uit. Dat is ook het principe van loslaten. Bij elke uitademing laat je los. Je zult ook merken dat je bij de uitademing steeds verder kunt strekken. In principe probeer je de meeste strekkingen ongeveer twee minuten vol te houden. Een beetje pijn mag. De stijfheid verdwijnt vanzelf.

Voor alle do-in oefeningen geldt: strek zowel de linkerkant van je lichaam als de rechterkant. Eén kant van het lichaam is altijd soepeler. Dat is normaal. Begin altijd met de makkelijke kant (de kyo kant). Met de meest soepele kant dus. Deze kant strek je wat langer dan de moeilijke kant (de jitsu kant). Zo verdeel je de energie in het lichaam en zul je merken dat de stijve kant steeds soepeler wordt.

Tot slot: luister naar je lichaam en ga weer voelen! Voel eens wat er gebeurt als je een kant van het lichaam hebt gestrekt. Voelt het warmer? Tintelt het?

 

Waarschuwing:
Forceer nooit, luister naar je lichaam.
Raadpleeg altijd je arts bij een acute of chronische ziekte.
Overleg met een geoefend shiatsu therapeut welke oefeningen geschikt voor je zijn.
Pas op bij kanker, osteoporose, hoge bloeddruk, zwangerschap en chronische vermoeidheid, spataderen, verklevingen en operatielittekens.
Stop met de oefening als er scherpe of acute pijn ontstaat.
Ik deel graag mijn ervaring en kunde met je, maar je blijft te allen tijde zelf verantwoordelijk voor wat je doet met de oefeningen en suggesties in mijn boek en de films.

toelichting video ‘Ademhalen en opwarmen’

De eerste oefening van de do-in video ‘Ademhalen en opwarmen’ is een ademhalingsoefening. Ga zitten in seiza of, als je dit niet lang volhoudt, in kleermakerszit (of lotushouding). Seiza is de traditionele Japanse manier van zitten, met de voeten onder de billen gevouwen. Het is de ideale zithouding omdat je rug automatisch recht komt te staan. Leg je handen op je buik en adem rustig naar je handen toe. Bij de inademing komen je handen vanzelf naar voren. Bij de uitademing valt je buik weer naar binnen. Kijk en leer op je gemak van de video ‘Ademhalen en opwarmen’.

Probeer ook naar je rug toe te ademen. Plaats je handen op je rug en adem weer naar je handen toe. Voel dat je rug opwarmt.

Maak je hoofd en nek los. Laat je hoofd naar een kant vallen. Bij de strekking adem je uit. Op de inademing plaats je je hoofd weer in het midden. Laat daarna je hoofd zachtjes naar voren vallen. Met halve maantjes draai je je hoofd afwisselend naar links en rechts. Let op de ademhaling.

Trek je schouders omhoog en hou je adem even in. Laat je schouders op de uitademing in een keer naar beneden vallen. Doe dit een paar keer achter elkaar.

Ga rechtop staan en ga met je voeten op iets meer dan schouderbreedte staan. Breng je handen op schouderhoogte. Zwaai ze met veel kracht naar achteren zo ver je kan en breng ze dan weer op schouderhoogte. Bij elke zwaai adem je uit. Iedere keer als je ze omhoog brengt adem je in. Zorg er voor dat je armen niet hoger dan je schouders komen.

© 2020 do-in

Theme by Anders NorenUp ↑